Twiin is een zelfstandig programma. Het onafhankelijke en niet-partijdige karakter van Twiin is zichtbaar in de governance en werkwijze. Aangezien het programma geen juridische entiteit is tekent VZVZ voorlopig namens de Twiin Organisatie de overeenkomsten en verklaringen. Eigenaarschap van Twiin ligt bij het Digitaal Transitie Orgaan (DTO). In het kader van het programma Landelijk afsprakenstelsel voor gezondheidsgegevens, waarbij Twiin het uitgangspunt is, wordt gekeken naar de toekomstige positie en aansturing van Twiin. De bedoeling is dat het Twiin Afsprakenstelsel op termijn onder publieke sturing komt.
Twiin is in 2018 gestart met als doel het verbinden van twee bestaande infrastructuren. Twiin staat dus voor Twee iinfrastructuren. Al snel na aanvang van het programma is de scope gewijzigd en meer gericht op afspraken en architectuur. Knooppunten en generieke functies, eventueel ingevuld door één of meerdere gemeenschappelijke voorzieningen, vormen de basis voor de verbindende architectuur van Twiin. Het afsprakenstelsel is niet gebonden aan een bepaalde infrastructuur en is leveranciersonafhankelijk.
De eerste stap is een Twiin Dienstverlener inschakelen. Vervolgens teken je de Twiin Deelnemersovereenkomst en stippel je samen met je dienstverlener jouw groeipad uit om te voldoen aan het Twiin Afsprakenstelsel. Daarnaast praat je direct mee over de verdere ontwikkeling van het Twiin Afsprakenstelsel.
Deelname aan Twiin is gratis. Wel vraagt deelname aan Twiin een investering in tijd en inzet. Twiin helpt je om te voldoen aan (inter)nationale wet- en regelgeving, zoals EHDS en de Wegiz. Dit zijn onderwerpen die je anders zelfstandig zou moeten oppakken. Hoeveel tijd dit precies kost, hangt af van je groeipad. Twiin ondersteunt je in dit proces en biedt kennis en hulpmiddelen die je verder op weg helpen.
Deelname aan Twiin is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Deelnemers hebben zowel rechten als verplichtingen met betrekking tot naleving, samenwerking en validatie. Vanaf het tekenen van de deelnemersovereenkomst is de Twiin Deelnemer verplicht om de basisvoorwaarden na te leven en om zo snel mogelijk te voldoen aan de overige voorwaarden voor validatie, tevens is een actieve bijdrage aan de ontwikkeling van het Twiin Afsprakenstelsel verplicht.
Met het onderteken van de deelnemersovereenkomst stem je in met het releasebeleid van het Twiin Afsprakenstelsel. Twiin publiceert maximaal tweemaal per jaar een nieuwe release met impact voor de Twiin Deelnemers (minor of major release) volgens een vooraf aangekondigde planning. De actuele én de voorlaatste release zijn geldig. Dit betekent dat Twiin Deelnemers, GtK's (Gevalideerde Twiin Knooppunten) en GtK Beheerders maximaal één jaar de tijd hebben om de nieuwe release te implementeren.
Twiin zorgt voor een uniforme aanpak, waardoor landelijke opschaling in databeschikbaarheid en efficiënte samenwerking binnen de zorg mogelijk wordt. Waar afspraken nu vaak lokaal of regionaal worden gemaakt – met alle verschillen van dien – biedt Twiin één verbindend afsprakenstelsel. Daarmee wordt samenwerken tussen zorgorganisaties eenvoudiger en ontstaat er een stevige basis voor veilige en betrouwbare gegevensuitwisseling. Aansluiten bij Twiin betekent makkelijker meedoen aan landelijke opschaling.
Uitwisseling van data gebeurt volgens het Twiin Afsprakenstelsel tussen Gevalideerde Twiin Knooppunten (GtK's). Een GtK is een door Twiin gevalideerde oplossing die zorgt voor beschikbaarheid en uitwisseling van gegevens voor één of meer zorgtoepassingen voor één of meerdere zorgaanbieders. Het GtK bestaat minimaal uit een koppelvlak op een regionale infrastructuur, een landelijke infrastructuur, een leveranciersnetwerk of een platform - een zorgaanbieder kan ook zelf een GtK hebben.
Twiin heeft gekozen voor een generieke – en daardoor breed toepasbare - opzet. Standaardisatie en herbruikbaarheid zijn hierbij belangrijke uitgangspunten. De technische kern bevat generieke uitwisselpatronen die ingezet kunnen worden voor één of meer zorgtoepassingen. Ter ondersteuning van de implementatie van zorgtoepassingen zijn implementatiewijzers beschikbaar voor Basisgegevensset Zorg (BgZ), Correspondentie en Beeldbeschikbaarheid. Andere geprioriteerde gegevensuitwisselingen volgen in 2025 en 2026.
Het Twiin Portaal is een initiatief dat weliswaar is gestart vanuit programma Twiin maar al vele jaren zelfstandig opereert. Twiin Portaal is een tijdelijke voorziening in beheer bij VZVZ voor het digitaal versturen van radiologische beelden en verslagen. Twiin is daarentegen geen systeem, maar een duurzaam samenwerkingsverband tussen zorgaanbieders, leveranciers en partners. Samen werken zij aan het Twiin Afsprakenstelsel.
Ja, de bedoeling is dat het Landelijk afsprakenstelsel onder publieke regie komt. In het kader van de European Health Data Space (EHDS) wordt gewerkt aan een Autoriteit Digitale Gezondheid (ADG) waarin het Landelijk afsprakenstelsel voor gezondheidsgegevens wordt ondergebracht.
Er is onderzoek gedaan naar de wijze waarop VWS sturing en regie kan vormgeven in de transitie naar deze positie. Hierbij is gekozen voor een hybride model met brede participatie vanuit het zorgveld. In de hybride vorm is sprake van publieke regie door het ministerie van VWS, in combinatie met private uitvoering. De transitie naar deze hybride vorm wordt begin 2026 uitgewerkt in een transitieplan. Na besluitvorming volgt de uitvoering van het transitieplan.
De samenhang en consistentie van het Landelijk afsprakenstelsel wordt in samenwerking met het programma Werken onder architectuur bewaakt (hier valt de Gezondheidsinformatiestelsel-architectuur onder). Het programma Werken onder architectuur geeft richting; in het Landelijk afsprakenstelsel staan de specificaties. Met het Nationaal Test- en Validatiecentrum (NTV) gaan leveranciers en zorgaanbieders valideren op basis van testen of zij voldoen aan de afspraken in het afsprakenstelsel.
Het ministerie van VWS onderzoekt of het in tranche 2 van de European Health Data Space-verordening (EHDS) voor zorgaanbieders en leveranciers verplicht wordt om te voldoen aan het Landelijk afsprakenstelsel voor gezondheidsgegevens.
Tranche 2 van de EHDS start in het eerste kwartaal van 2029. In de zomer van 2026 wordt duidelijker of de verplichting voor het hele afsprakenstelsel gaat gelden of alleen voor onderdelen ervan.
Voor de korte en middellange termijn blijven zij voorlopig bestaan, maar alleen voor domein specifieke afspraken. Voor de generieke onderdelen verwijzen zij naar het Landelijk afsprakenstelsel. De transitie in de komende jaren en de harmonisatieaanpak bepalen hoe en wanneer één Landelijk afsprakenstelsel voor gezondheidsgegevens gerealiseerd is.
Wanneer bestaande afsprakenstelsels willen uitbreiden, dan is het verstandig dat zij dit toetsen bij het Landelijk afsprakenstelsel en VWS. Uitbreiding moet niet haaks staan op de harmonisatiedoelen en mag niet leiden tot meer versnippering.
Nee, dat is niet de beleidslijn van het ministerie van VWS. Nieuwe afsprakenstelsels dragen bij aan versnippering en staan haaks op de harmonisatiedoelen.
In plaats van eigen afspraken over bijvoorbeeld toegang, beveiliging, privacy en registratie, gebruiken alle andere afsprakenstelsels de generieke, landelijke afspraken. Daarbij verwijzen andere afsprakenstelsels naar generieke afspraken in het Landelijk afsprakenstelsel. Het Landelijk afsprakenstelsel kan - daar waar nodig - ook verwijzen naar andere afspraken (zoals NEN-normen of andere afsprakenstelsels). Hoe dit in de praktijk gebeurt, wordt sinds oktober 2025 uitgewerkt door een werkgroep. Aan de hand van een concrete casus gerelateerd aan de op te leveren resultaten uit programma Implementatie Generieke Functies (IGF) wordt een eerste set regels opgesteld. We verwachten voor de zomer 2026 de eerste uitkomsten te kunnen publiceren.
Vanuit de programma’s Werken onder architectuur en Landelijk afsprakenstelsel wordt getoetst op samenhang, consistentie en aansluiting op wet- en regelgeving. Zij sturen bij waar nodig. VWS werkt met trancheplanningen waarin de VWS-programma’s Implementatie generieke functies, Landelijk dekkend netwerk en Eenheid van taal en techniek en Data voor burgers integraal samenwerken om tot werkende landelijke gegevensuitwisselingen te komen. Zo wordt voor de usecase verwijzen het communicatiepatroon Notified Pull (verantwoordelijkheid programma Landelijk dekkend netwerk) in samenhang met de generieke functies identificatie en authenticatie, en adressering (verantwoordelijkheid programma Implementatie generieke functies) beproefd.
Onder verantwoordelijkheid van de VWS-programma’s worden proofs of concept (PoC’s) met leveranciers uitgevoerd. Na succesvolle afronding van deze fase volgt de pilot-fase. De pilot-fase valt idealiter onder verantwoordelijkheid van (landelijke) programma’s zoals het programma eOverdracht of Samen voor Medicatieoverdracht. Als een dergelijk programma niet aanwezig is, wordt naar een andere oplossing gezocht.
Binnen de programma's Implementatie generieke functies, Landelijk dekkend netwerk en Eenheid van taal en techniek en vanuit Data voor burgers en Twiin, wordt samen met het zorgveld gewerkt aan generieke oplossingen die werken voor meerdere zorgtoepassingen. Door middel van proofs of concept (PoC’s) en – met betrokkenheid van eindgebruikers – pilots wordt getest of de oplossingen in de praktijk werken en technisch aansluiten op andere functionaliteiten.
Het programma Twiin is vanwege haar rol in het Landelijk afsprakenstelsel betrokken bij de ontwikkeling en toetst regelmatig of de uitwerking past en consistent is met ander onderdelen in het afsprakenstelsel.
In het Landelijk afsprakenstelsel worden alle generieke afspraken – juridisch, organisatorisch, semantisch en technisch – in één samenhangend geheel opgenomen, beheerd en toegepast. Dat voorkomt versnippering en maakt landelijke uitwisseling en beschikbaarheid van gezondheidsgegevens schaalbaar en voorspelbaar. Voorbeelden hiervan zijn:
| Juridische afspraken | Geldende wet- ®elgeving, NEN-normen. |
| Organisatorische afspraken | Afspraken over besluitvorming, naleving, beheer & onderhoud. |
| Semantische (taalkundige) afspraken | Informatiemodellen zoals zorginformatiebouwstenen (zib’s) of gebruikte codestelsels zoals SNOMED CT of LOINC. |
| Technische afspraken | Technische afspraken, bijvoorbeeld over communicatiepatronen of generieke functies zoals adressering of logging. |
Het Landelijke afsprakenstelsel beheert niet alle afspraken zelf. Het dekt de lagen van het interoperabiliteitsmodel af door enerzijds zelf generieke afspraken op te nemen en anderzijds door te verwijzen naar elders beheerde afspraken. Voorbeelden hiervan zijn de informatie- en kwaliteitsstandaarden van zorgtoepassingen zoals ‘verwijzen met de Basisgegevensset Zorg (BgZ)’ of ‘eOverdracht (verpleegkundige overdracht tussen ziekenhuizen en VVT-instellingen)’.
De ontwikkeling van het Landelijk afsprakenstelsel gaat via drie plateau’s. In 2026 en 2027 (NVS-plateau’s 1 en deels 2) ligt de focus op afspraken die de geprioriteerde gegevensuitwisselingen onder de Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz) faciliteren. Daarmee wordt ook een fundament voor de European Health Data Space (EHDS) gelegd.
In de volgende twee NVS-plateau’s (Netwerk georganiseerd, 2027-2030; Interoperabiliteit georganiseerd, 2031-2035) breidt het Landelijk afsprakenstelsel uit met netwerkzorg, secundair datagebruik*, sociaal domein en jeugdzorg. Zij sluiten aan op een werkende, gevalideerd en beheersbare basis.
* Secundair datagebruik is het gebruik van gezondheidsgegevens voor andere doeleinden dan zorg en ondersteuning (primair datagebruik). Denk aan wetenschappelijk onderzoek, beleidsontwikkeling of zorginnovatie.
Het Twiin Afsprakenstelsel is om een aantal redenen de meest geschikte plek voor het vastleggen van landelijke generieke afspraken:
- Onafhankelijkheid van leveranciers en infrastructuur: Twiin is niet gebonden aan een infrastructuur en is onafhankelijk van leveranciers.
- Methodische opzet: Er is een duidelijke governance voor aangesloten organisaties.
- Breedte van toepassingen: Het Twiin Afsprakenstelsel beschrijft een brede uitwerking van soorten gegevensuitwisselingen.
- Wet- en regelgeving: Alle relevante juridische aspecten zijn afgedekt.
- De inhoud van het afsprakenstelsel is in lijn met geldend informatiebeleid.
Er is breed draagvlak voor Twiin in het zorgveld. De stevige verankering in de praktijk ondersteunt de verdere doorontwikkeling van Twiin en de impact op andere afsprakenstelsels. Samenvattend: Binnen Twiin is kennis en ervaring aanwezig in het ontwikkelen én beheren van een werkend landelijk afsprakenstelsel.
Het Landelijk afsprakenstelsel richt zich op interoperabiliteit van gezondheidsgegevens. In het afsprakenstelsel worden alle generieke afspraken – juridisch, organisatorisch, semantisch en technisch – in één samenhangend geheel opgenomen, beheerd en toegepast. Dat voorkomt versnippering en maakt landelijke uitwisseling en beschikbaarheid van gezondheidsgegevens schaalbaar en voorspelbaar.
In 2026 en 2027 ligt de focus op de resultaten uit de programma’s Implementatie Generieke Functies, Landelijk Dekkend Netwerk en Eenheid van Taal en Techniek en de werkzaamheden vanuit Data voor burgers. Concreet zijn dit:
- Technische afspraken (TA’s) voor de communicatiepatronen: gericht beschikbaar stellen (notified pull), gericht bevragen (pull), gericht verzenden (push), geïndexeerd bevragen (indexed pull).
- Generieke functies: identificatie en athenticatie, autorisatie, toestemming, adressering en lokalisering, logging.
- Veilig netwerk.
Het afsprakenstelsel wordt generiek opgezet. Daarmee profiteren domeinen die in de volgende plateaus van de Nationale visie en strategie (NVS) aansluiten (netwerkzorg, secundair datagebruik en andere domeinen in de zorg) van een werkende en gevalideerde basis.
In het geval een GtK gehervalideerd moet worden is het mogelijk dat hier een negatief advies uitkomt. Op het moment dat er (meerdere) deelnemer(s) gebruik maken van een GtK, heeft dit ook invloed op de betreffende deelnemers. Dit betekent dat de deelnemers daarmee ook niet meer voldoen aan alle voorwaarden. Hoe gaat Twiin hiermee om?
Het intrekken van Bewijs van Validatie GtK leidt er toe dat zorgaanbieders die gebruikmaken van het GtK een andere leverancier moeten contracteren. Gezien de grote impact van een negatief advies van een (her)validatie wordt dit proces in een volgende versie verder uitgewerkt, waarbij er o.a. aandacht is voor de implementatietijd van de overgang naar een andere GtK Leverancier.
De Twiin Deelnemer moet:
- aangeven welke Twiin Dienstverlener gekozen is.
- aantonen hoe invulling is gegeven aan de voorwaarden voor GtK Beheer.
- de NEN7510 of vergelijkbare verklaring en WID-procedure uploaden.
- aangeven welk EPD/ECD/GtK gebruikt wordt.
- het URA-nummer van de organisatie invullen.
- aangeven hoe medewerkers uniek worden geïdentificeerd, zodat uit logging onomstotelijk blijkt welke medewerker een actie heeft verricht.
- aangeven welk authenticatiemiddel wordt gebruikt.
- toelichten hoe het autorisatieprotocol wordt toegepast.
- de mapping van de UZI-rolcodes uploaden.
Twiin valideert deelnemers (zorgaanbieders) en leveranciers. Beide partijen worden gevalideerd op generieke voorwaarden die betrekking hebben op onderdelen van het vertrouwensmodel en op specifieke voorwaarden (een zorgtoepassing). Het GtK van de leverancier handelt een groot deel van de gegevensuitwisseling af. Het gebruik van een GtK geeft de zorgaanbieder daardoor al een hoge mate van zekerheid dat aan de Twiin Voorwaarden wordt voldaan. Een aanvullende ketentest, waarbij een verwijzing wordt gestuurd door de zorgaanbieder via het eigen GtK naar een test-GtK en test-EPD, geeft de bevestiging dat het EPD juist is ingericht. Met het beantwoorden van een aantal generieke vragen wordt tijdens de validatie vastgesteld dat de zorgaanbieder werkt volgens het vertrouwensmodel.
Zorgaanbieders die hebben meegedaan aan het programma VIPP5 wisselen de BgZ al uit. Twiin beschrijft afspraken waardoor infrastructuren (knooppunten) verbonden worden. Deelname aan Twiin maakt dat zorgaanbieders met verschillende EPD-systemen, ongeacht de infrastructuur die ze hebben gekozen als uitwisselingsplatform, de verwijzing met de BgZ kunnen opvragen en versturen naar andere zorgaanbieders in de sector MSZ. Met name voor de uitwisseling tussen ziekenhuizen en zelfstandige klinieken is dit een belangrijke toevoeging op de koppelingen die in het programma VIPP5 zijn gemaakt.
EPD-leveranciers zijn tijdens het VIPP5-programma ook al gekwalificeerd voor de uitwisseling van de BgZ. Tijdens de kwalificatie ten tijde van VIPP5 was slechts een deel van de zibs in scope. Nu worden de leveranciers als onderdeel van de Twiin-validatie weer gekwalificeerd voor de BgZ-uitwisseling. Bij de validatie van de zorgaanbieder wordt getoetst of alle zibs worden meegezonden bij de verwijzing van de patiënt. Het kan daarbij uiteraard wel voorkomen dat een of meer zibs geen data bevatten.