Nick Besselink, Medical Application Engineer bij Sectra, vertelt hoe hij de versnellingssessies heeft ervaren.

Samen met leveranciers en zorginstellingen tot richtlijnen en afspraken komen voor het goed en efficiënt uitwisselen van gegevens binnen Nederland. Dat is het doel van de versnellingssessies van Twiin die onlangs zijn gehouden. Aan de virtuele tafel zitten verschillende grote partijen met veel kennis en ervaring. Van concurrentie is geen sprake, wél van samenwerking. En dat alles in het belang van de zorgverlener en patiënt.

Kruisbestuiving

Op de vraag hoe de samenwerking met Twiin en alle partijen is verlopen, reageert Nick louter positief: “Het concept van een versnellingssessie is doeltreffend en efficiënt. We maken echt een vertaalslag van eisen of richtlijnen naar regels. Vervolgens discussiëren we over de mogelijkheden. Want wat wij bedenken tijdens de sessies moet natuurlijk technisch kunnen. En ook nog veilig, snel en efficiënt. Zorg voor de patiënt staat centraal. Twiin weet heel goed alle partijen bij elkaar te brengen, ieder met zijn eigen expertise. Zo krijg je een kruisbestuiving waarbij iedereen kan profiteren van de kennis van de ander. Met als doel dat de zorgverlener en de patiënt daar beter van worden.”

Leren van elkaar én van de verschillen

Tijdens de versnellingssessies zitten vertegenwoordigers van allerlei organisaties aan tafel. Het mooie is dat je ook internationale ervaringen kunt uitwisselen. “Het hoofdkantoor van Sectra staat in Zweden. Daar zijn ze vrij ver in het goed uitwisselen van documenten. Een groot verschil met Nederland is dat ze in Zweden voor hun patiënten-ID binnen de zorginstellingen het BSN (zoals wij dat in Nederland kennen) gebruiken. Dat doen wij in Nederland niet. Hier hebben alle ziekenhuizen hun eigen ID. Patiënten die bij meerdere ziekenhuizen worden behandeld, hebben dus ook meerdere ID’s. Zouden wij dan ook niet méér met ons BSN kunnen doen? Over die verschillen hebben we het dan bijvoorbeeld met elkaar.” Je kunt landen nooit écht met elkaar vergelijken, zegt Nick. “Je hebt te maken met cultuurverschillen en met de omvang van een land. Toch maken juist de verschillen de versnellingssessies enorm interessant: je leert hier veel van anderen.”

Wel consensus, géén concurrentie

Het leren van elkaar en échte samenwerking, dat is wat de versnellingssessies zo’n succes maken. Nick: “Er is totaal geen sprake van concurrentie. We zetten juist allemaal onze schouders eronder om samen een oplossing te bedenken. Het is heel duidelijk dat alle leveranciers de neuzen dezelfde kant op willen hebben. Daarom zijn we ook eerlijk tegen elkaar als we iets níet kunnen. En over hoe wij de toekomst zien. Het gaat echt om het bereiken van consensus.”

Obstakel

Is er iets wat de versnellingssessies nóg beter zou maken? “Het enige obstakel dat ik soms ervaar, is dat de sessies in het Nederlands zijn. Ik ben namens Sectra hierbij betrokken, maar ik heb niet zoveel kennis als al onze XDS-experts samen hebben. Dus ik vertaal wat er uit de sessies komt en stuur dat vervolgens naar mijn collega’s. Het werkt misschien beter als de sessies in het Engels zijn, want dan kunnen mijn collega’s gewoon zelf aansluiten.”

Toekomst

De vraag hoe de toekomst van gegevensuitwisseling eruit ziet, vindt Nick lastig te beantwoorden. “Ik denk dat een landelijke uitrol uiteindelijk in fases zal plaatsvinden, met een basisset aan regels en richtlijnen waaraan je voldoet. Misschien kunnen we volgend jaar beginnen met het uitrollen van deze regels, vooral bij nieuwe installaties. Je ziet wel dat er al veel partijen zijn die de eerste stappen willen nemen. Daar ben ik heel blij mee.”