Een analyse van de Nederlandse zorginfrastructuur

Twiin heeft een overzicht gemaakt van regio’s in Nederland waar al infrastructuren voor de uitwisseling van medische gegevens bestaan en in gebruik zijn. Zo hebben we een overzicht hoe interoperabel we al zijn in Nederland.

Jan Feenstra is een van de mensen betrokken bij het programma Twiin. Hij werkt mee aan het afsprakenstelsel en denkt vanuit het programmateam mee over de totaaloplossing op alle lagen van het interoperabiliteitsmodel. “Er is werk aan de winkel om alle regio´s gelijk te trekken.”

“Ons uitgangspunt is om de bestaande regionale en landelijke netwerken niet te vervangen, maar te koppelen met gestandaardiseerde koppelvlakken. Echter zitten daar nu nog te veel vrijheidsgraden in. Daarnaast kijken we naar andere lagen van het interoperabiliteitsmodel, zoals de zorgprocessen, bijbehorende governance en te ondertekenen contracten.", aldus Feenstra.

Wat heeft Nederland al?

Voor de inventarisatie is een vragenlijst opgesteld met onderwerpen op organisatorisch, functioneel en technisch gebied. De vragenlijst is uitgestuurd naar een tiental RSO´s, UMC´s en regio´s waar al wel een netwerk is, maar nog geen RSO.

“We stellen vragen als: Is het netwerk al live? En zo nee, wanneer gaan jullie live? Wat is uw leverancier? Voldoet u aan de landelijke standaarden of is er zelf iets bedacht? En - een van de belangrijkste -  zijn de zorgprocessen in de regio in kaart gebracht en worden deze gevolgd? Of betreft het alleen het neerzetten van techniek?”

Veel verschillen

De conclusie is dat er veel verschillen zijn tussen regio´s. Bijvoorbeeld het niveau van uitwerking van de zorgprocessen verschilt sterk. Er zijn regio´s die een mandaat hebben om bepaalde zaken af te dwingen namens de zorgaanbieders. Bij anderen is dit niet het geval.

Organisatie
  • Een regionale overlegstructuur is vaak wel aanwezig, maar niet dusdanig dat er beleid wordt afgestemd en de diverse zorgprocessen over de gehele keten worden uitgewerkt.
  • Het beheer is, uitgezonderd van enkele regio’s, belegd bij leveranciers, waardoor men als zorginstelling, maar ook als regio organisatie erg afhankelijk is van deze leveranciers voor wat betreft tijd en kosten.
  • Er is een landelijke handreiking interoperabiliteit en er is een laatste versie van metadata, echter het gebruik hiervan is minimaal. Vaak worden de best practices van de desbetreffende leverancier gevolgd.
Functioneel
  • De betrokken organisaties zijn met name de ziekenhuizen die volledig inzetten op beelduitwisseling met bijbehorende verslagen.
  • Er zijn vaak wel enkele use cases in productie genomen, maar omdat het kleine use cases zijn, is het gebruik vaak minimaal en vindt de daadwerkelijke uitwisseling van gegevens niet frequent plaats.
  • Per zorginstelling en per regio is de patiënt toestemming net iets anders ingericht, waardoor per project opnieuw afgestemd moet worden.
Technisch
  • Er worden bij de technische implementatie diverse keuzes gemaakt, omdat er niet altijd een landelijke standaard beschikbaar is en er op leveranciers wordt vertrouwd.
  • Als er wel een landelijke standaard is zoals de handreiking interoperabiliteit of de IHE-XDS Metadata, dan wordt deze niet altijd gevolgd.
  • Dit geldt voor de patiënt toestemming, de architectuur, de autorisatie en authenticatie en ook de aanmeldstrategie van nieuwe gegevens.

Waarom is aansluiting en dus interoperabiliteit lastig?

Feenstra antwoord: “IHE benoemt de technische koppelvlakken, maar er wordt niet afgedwongen hoe deze vervolgens in te zetten zijn in de zorgprocessen. Welk patiëntnummer gaan we gebruiken? Hoe gebeurt het inloggen? Welk toestemmingsmodel passen we toe? De ene regio zet het model open op instellingsniveau, de andere op de regio zelf. Daar moet overeenstemming over komen. Het OTV-project is hier nu gelukkig op landelijk niveau mee aan de slag.”

“Als we kijken naar authenticatie, dan verplicht het LSP inloggen met UZI pas. Sommige regio´s hebben dit overgenomen, anderen gebruiken een lokaal authenticatiemiddel, wat niet op elkaar aansluit. Over al deze zaken moeten afspraken worden gemaakt.”

Vervolgstappen

De volgende stap is om meer detail boven water te krijgen. RSO NL organiseert hiervoor workshops in een aantal regio’s.