Workshop databeschikbaarheid

Data digitaal beschikbaar krijgen. Met een aantal workshops brengt Twiin samenwerking op gang om dit voor elkaar te krijgen. Samen gaan we op zoek naar een zo uniform mogelijke, generieke en vendor neutrale oplossingen voor het uitwisselen van data: los van de usecase, inhoud van dataset en vorm en omvang van de dataset.
Sjaak en Milo

De eerste twee workshops Databeschikbaarheid zitten erop. Milo Kreuk, projectmanager Techniek eOverdracht bij SIGRA, en Sjaak Gondelach, informatie architect UMC Utrecht, hebben de workshops gevolgd. Ze vinden het verfrissend om met mensen met een verschillende achtergrond over dit onderwerp van gedachten te wisselen. “Samen zoek je naar de gemene deler en werk je via concrete tussenresultaten toe naar de stip aan de horizon.”

Samen werken aan een oplossing, hoe pak je dat aan?

“Iedereen in de groep heeft zijn eigen expertise of deelgebied. Door bij elkaar te zitten, komen alle ideeën bij elkaar. Zodra we merken dat het te gedetailleerd wordt, splitsen we op in groepjes.” Milo is enthousiast over de workshops die hij heeft bijgewoond. Sjaak kon helaas maar bij een van de twee bijeenkomsten aanwezig zijn, maar is blij dat er meer volgen. “De interactie en uitwisseling van ideeën tijdens de workshop vond ik prettig. Door in zo’n verband op elkaar te reageren kom je tot werkbare oplossingen.”

Volgens Milo en Sjaak is er sprake van kruisbestuiving in het veld doordat dezelfde mensen bij meerdere initiatieven betrokken zijn. Sjaak vindt dat wel spannend. “In verschillende trajecten wordt op het ogenblik aan hetzelfde gewerkt. Al die initiatieven moeten straks op elkaar aan gaan sluiten en leiden tot een landelijk dekkende zorginfrastructuur. Zo kunnen we het uitwisselen van gegevens en beelden mogelijk maken tussen zorgverleners onderling en met de patiënt. Ik zie Twiin als logische regisseur om het overkoepelende doel in de gaten te houden. Die regie is noodzakelijk, want het is niet helemaal vanzelfsprekend dat alles naadloos op elkaar aan gaat sluiten.”

Stip aan de horizon

Ook Milo ziet voor Twiin de rol als regisseur weggelegd. “Als je kijkt hoe Twiin als organisatie is ingericht, dan denk ik dat zij daarvoor de juiste partij zijn. Doordat je nu met verschillende mensen bij elkaar zit, kun je de stip aan de horizon helder krijgen, met telkens concrete tussenresultaten. Die stip is wat mij betreft een eenvoudige en eenduidige infrastructuur voor gegevensuitwisseling in de zorg. Eenduidig doordat we heldere afspraken maken over hoe we veilig met elkaar uitwisselen. Het is een uitdaging om daar te komen, maar samen met Twiin gaan we die uitdaging aan door telkens haalbare stappen in de juiste richting te zetten. En dan gaan we er zeker komen.”

Sjaak merkt op dat we het in Nederland zorginhoudelijk wel eens zijn dat we zorg op de juiste plek moeten aanbieden. “Wat mij betreft hoort daar ook informatie op de juiste plek bij. Zorgverleners moeten 24/7 kunnen beschikken over de informatie om de juiste medische beslissingen te kunnen nemen. Ongeacht waar de beelden en gegevens zich bevinden. Dat is voor mij de stip aan de horizon.”

VWS moet afdwingen

Dat het bereiken van die stip nog wel wat tijd vergt, daarover zijn de mannen het eens. Milo: “We zetten goede stappen in de juiste richting. Alle deelinitiatieven en regionale projecten heb je nodig om dat einddoel te bereiken. Ze zijn divers van aard en brengen andere vragen en inzichten met zich mee. Bovendien betrek je door alle initiatieven de juiste mensen bij het grote verhaal.”
Een valkuil is volgens Sjaak het gezamenlijke eindpunt uit het oog verliezen. “Uiteindelijk heb je de regie nodig van VWS, zodat ze landelijk kunnen afdwingen: zo gaan we het doen. Zeker voor wat betreft wet- en regelgeving. Ik hoop natuurlijk dat VWS dat gaat doen op basis van de ervaringen en toepassingen die we nu bij Twiin bereiken.”

Regionaal samenwerken

Kunnen we de regionale uitwisselingen dan zien als proeftuinen? Milo vindt van niet. “Wat we nu regionaal opzetten in verschillende initiatieven, gaat veel verder dan een proeftuin. Regionaal kunnen we nu eenmaal sneller resultaat boeken. We kennen elkaar en er zijn vaak al goede samenwerkingsverbanden zoals SIGRA. Samenwerken in pilots gaat dan makkelijker. En ik zie dat alle regio’s zich bewust zijn van die landelijke dekkingswens. In alle gevallen voldoen ze aan de richtlijnen die we landelijk uitdenken met een brede groep mensen die er verstand van hebben.” Dat is ook de reden dat Sjaak de workshops wel naar meer vindt smaken. “In de toekomst heb je meer nodig dan alleen gegevens kunnen uitwisselen. We willen eigenlijk gewoon samenwerken. Maar dan moet je bijvoorbeeld een transmuraal proces kunnen ondersteunen. Op verschillende plekken in Nederland, in Utrecht bijvoorbeeld, zijn we daar al mee bezig. De huidige werkwijze van Twiin kunnen we ook gebruiken om die meer geavanceerde functionaliteit uit te werken.”

Overlegplatform

Milo ziet Twiin als een overlegplatform van mensen, waar heldere afspraken worden gemaakt. “Twiin levert niet de infrastructuur zelf, maar de richtlijnen waar je je aan moet houden. Zo kun je in je eigen regio voor je eigen techniek kiezen en de marktwerking behouden. Het is daarom ook waardevol dat mensen zoals Sjaak en ik, maar ook vele anderen, worden uitgenodigd voor deze bijeenkomsten. We hebben ervaring in de praktijk en die ervaring wordt meegenomen in de richtlijnen. Zo leren we van elkaars inzichten en bereiken we het gezamenlijke doel.”