Interview met Guido Zonneveld | BovenIJ Ziekenhuis Amsterdam

“Als ik mijn mailbox moet geloven, zijn er honderden tools die de informatievoorziening in het ziekenhuis verbeteren. De aanbiedingen voor robot-automatiseringen en AI vliegen je als CIO om de oren.” Om de juiste keuzes te maken kijkt Guido vooral naar wat er speelt in de wereld. En stelt hij zich altijd de vraag of de zorg er beter van wordt. “Soms moet je durven experimenteren. En weggooien wat niet werkt hoort daar ook bij. Een stukje volharding en je visie uitdragen is daarbij belangrijk. Zeker als het gaat om het op orde krijgen van de beeld- en gegevensuitwisseling.”

De informatievoorziening in het ziekenhuis op orde krijgen en houden. Dat is kort door de bocht de taak van een CIO. Maar in een informatieintensieve onderneming, waar beslissingen impact hebben op leven en dood, is dat een flinke verantwoordelijkheid. Guido Zonneveld, CIO van het BovenIJ Ziekenhuis in Amsterdam, voelt zich goed in die rol. “Het is de kunst om de kleine en grote zaken van elkaar te scheiden en koers te houden.” Guido vertelt welke rol gegevensuitwisseling in zijn werk speelt en wat zijn grootste frustratie is op dat vlak.”

Noodzaak van uitwisselen

Waar voorheen de omvang van beelden een struikelblok was, is het nu vooral de privacy die ons parten speelt, stelt Guido. “Maar ook de zorg wordt steeds ingewikkelder en multi-disciplinairder. Je moet meer delen om de patiënt beter te kunnen helpen. Maar we worden beperkt door systemen die niet op elkaar aansluiten. Patiënten raken bovendien steeds meer verwend, doordat commerciële bedrijven ons ver voor zijn als het gaat om datagedreven werken. Het is voor de patiënt niet te begrijpen dat ze een besteld pakketje dezelfde dag nog in huis hebben, terwijl beelden die gisteren in een ander ziekenhuis zijn gemaakt niet beschikbaar zijn bij een consult in hun ‘eigen’ ziekenhuis.”

Vertrouwen op een standaard
Volgens Guido komt dat doordat iedereen zo’n tien jaar geleden op zijn eigen eiland aan het automatiseren is geslagen. “Het huisartsendossier ziet er qua opbouw van informatie compleet anders uit dan het ziekenhuisdossier, waardoor we het door gebrek aan eenheid van taal niet aan elkaar gekoppeld krijgen. Systemen zijn voornamelijk gebouwd voor menselijke invoer, en dit staat automatische uitwisseling in de weg. In die zin zijn we er dus ook nog helemaal niet klaar voor. Vertrouwen is een tweede aspect. Vertrouwen wij de informatie van andere zorgprofessionals over bijvoorbeeld een allergie? Ook dat vertrouwen begint bij een goede informatiestandaard.

Maar dat een standaard er is, wil nog niet zeggen dat we klaar zijn.” Guido vindt dat een van de grootste misverstanden. “In de ideale situatie zouden we een heel nieuw systeem bouwen met elkaar. Maar er is zoveel legacy. We werken met werkwijzen en systemen die in het verleden voor veel geld zijn neergezet. Dat zetten we niet zomaar aan de kant.”

Regie op keuzes
De grootste frustratie voor Guido is dat leveranciers te traag zijn in het ontsluiten van hun systeem. “En natuurlijk ook dat het ons zoveel zorggeld kost”, lacht hij. “Maar ik geef het hen ook te doen. Je bouwt een systeem en tien jaar later komen er opeens standaarden waar je aan moet voldoen. Daarom vind ik het ook zo jammer dat de politiek negen jaar geleden de markt zijn werk wilde laten doen. Want qua standaardisering heeft dat niet geholpen. En het privacy-aspect heeft ook niet geholpen het simpel te houden. Ik vind Twiin dan ook een goed initiatief, maar ik vraag me wel af of het krachtig genoeg is. Of we niet teveel keuzes maken waarmee we het huidige landschap sparen, in plaats van kiezen voor de beste of een betere oplossing. Er moet echt regie zijn op die keuzes.”

Leren van briljante mislukkingen

Guido pleit dan ook voor meer openheid om te leren van elkaars ‘briljante mislukkingen’. “Wij doen samen met ketenpartners mee aan het programma Beter Samen in Noord. Dan vraagt mijn bestuurder: Regio Rotterdam lijkt volledig te zijn gekoppeld, kunnen we dat hier niet overnemen?  Als ik vervolgens op onderzoek uitga, dan blijkt het in de praktijk toch minder ver dan gedacht. Op bepaalde vlakken zijn wij misschien zelfs al verder. Of in een persbericht lees ik dat weer een XDS-netwerkimplementatie is gestart. Maar waarom het na drie jaar nog niet werkt, zou ik veel interessanter vinden. Laten we daar meer open in zijn, dan kunnen we die gegevensuitwisseling in de toekomst vast voor elkaar krijgen.”

Kun je voorbeelden noemen van een wijze les of briljante mislukking die anderen ook kan inspireren?

Een van de briljante mislukkingen (geldt bij vele organisaties) zijn de XDS projecten. Als we daar veel meer informatie over delen zouden we trajecten veel sneller kunnen doen. Maar ik ken er veel meer. Maken van zorgpaden, ontwikkelen van dashboarden, herontwerpen van processen. Eigenlijk allemaal veranderingen die niet integraal (over de 5 lagen van het NICTIZ 5 lagenmodel) worden aangepakt. Soms alleen te technisch worden ingestoken, sommige alleen bestuurlijk, etc.  

Je ziet het nu in de COVID tijd waarbij de wil er is om informatie te delen. Wij hebben ineens een Appgroep met alle CIO’s van de ziekenhuizen. Daar kan nu gewoon een vraag gesteld worden en je krijgt daar nu alle informatie gedeeld. En ook als het is geprobeerd of niet werkt. Ineens wil men de ander behoeden voor mogelijke fouten.

Wat is de huidige status van het regionale samenwerkingsproject? Werken jullie via RSO’s en wat is jouw rol hierbij?

Wij werken in de regio met een RSO (SIGRA). Gelukkig bestaat deze RSO al een tijdje waardoor we elkaar wel hebben gevonden en het bestuurlijk dus ook goed is ingebed. Ik zit in verschillende stuurgroepen binnen bij de projecten binnen de RSO. Bijvoorbeeld DVDexit maar ook eOverdracht.

Guido Zonneveld

Over Guido Zonneveld

Guido Zonneveld is opgeleid als klinisch fysicus en werkt al 25 jaar in verschillende ziekenhuizen, waaronder het VUMC en Tergooi ziekenhuizen. Voordat hij bijna een jaar geleden in het BovenIJ kwam werken, was hij CIO in het Jeroen Bosch ziekenhuis. Vier dagen in de week is hij CIO, de vijfde dag is Guido verbonden aan de opleiding klinische informatica aan de TU in Eindhoven.

“Die opleiding heb ik 10 jaar geleden opgezet, omdat ik voorzag dat er postdoctoraal opgeleide mensen nodig waren om dit steeds sneller ontwikkelende veld in de vingers te krijgen. Op het niveau van medische technologie hadden we wel goede mensen en veel inzicht, maar klinische digitalisering kwam vaak niet verder dan uitvoerend werk. Ik vind dat we eigenlijk, net als klinische fysici, ook klinische informatici nodig hebben. Het mooie van deze rol als opleider is dat ik in heel veel ziekenhuizen kom en zie hoe men overal op de digitalisering inspeelt. Dat neem ik mee in mijn werk als CIO.”